
Het begon allemaal in 1895 toen de ondernemer Eusebi Güell een prachtig gelegen stuk grond kocht, vanwaar je een fraai uitzicht had over de stad Barcelona. Hij gaf Gaudí de opdracht een idyllische, Engelse aandoende, tuinstad te ontwerpen en deze een op de natuur geïnspireerde architectuurvorm te geven. Het was de bedoeling dat de tuinstad zestig luxe woningen zou tellen en een overdekte markthal, kapel en een openluchttheater zou krijgen. Omdat de basis van het park natuur, cultuur en religie was, werd er voor de industrie geen ruimte gereserveerd.
Zo creëerde Gaudi een park met pergola’s, in het landschap geïntegreerde trappen, paden en golvende, veelkleurige, mozaïekversieringen. Hoewel er zestig driehoekige percelen op een brede, steile en zonnige helling gepland waren, werden er maar twee percelen voltooid. Barcelona had maar weinig belangstelling voor het ambitieuze project en uiteindelijk gingen alleen Gaudí en Güell in het park wonen.
In 1914 zette Güell het project stop en verkocht het in 1920 aan de gemeente die er een openbaar park van maakte. In 1984 werd Parc Güell op de lijst van Werelderfgoed van UNESCO geplaatst.

In het park zijn de ingang met portiersloge en portierswoning, het hek, de zuilengalerij, de dubbele trap met Salamander (als Draak betiteld) en de zitbank erg mooi om te zien. De bank en de Draak bestaan uit talloze kleine mozaïekstukjes.
In de portiersloge is nu een klein museum gevestigd; het Casa Museu Gaudí en links van de ingang is een souvenirwinkel gevestigd.
